Zware verkeersovertredingen worden zwaarder bestraft
De boetes en aanpak voor zware verkeersovertredingen worden strenger. Om dat goed te plaatsen, is het nuttig om naar de verkeersovertreding graden te kijken. België hanteert vier graden: van lichte verkeersovertredingen (1ste graad) tot de zwaarste feiten (4de graad). Hieronder vind je per graad een korte duiding, met voorbeelden en gevolgen.
Contacteer onze experts voor een antwoord op maat, of gebruik onze boetecalculator om zelf je boete te berekenen.
Wat bedoelen we met ‘licht’ en ‘zwaar’?
1ste graad = lichte verkeersovertredingen: inbreuken op de wegcode zonder (in)direct gevaar.
2de graad: feiten met indirect risico voor personen/goed.
3e graad en 4de graad = in de praktijk zware/zwaarste overtredingen: ze brengen de veiligheid rechtstreeks (3e) of ernstig en direct (4de) in gevaar.
Verkeersovertreding 1ste graad (lichte)
Kern: inbreuken zonder (in)direct gevaar, maar wel tegen de wegcode.
Mogelijke gevolgen (in het kort)
geldboete; administratieve afhandeling komt vaak voor;
rijverbod is uitzonderlijk.
Voorbeeldenveilige afstand niet respecteren;
richtingaanwijzers niet gebruiken;
fout parkeren (bv. op fietspad of te dicht bij bushalte).
Verkeersovertreding 2de graad (indirect risico)
Kern: gedrag dat de veiligheid indirect in gevaar brengt.
Mogelijke gevolgen
geldboete; in bepaalde dossiers kan een rijverbod volgen.
Voorbeeldensnelheid niet aanpassen aan weer/drukte;
onvoldoende voorzichtigheid bij naderen van een kruispunt;
rechts inhalen;
geen voorrang verlenen bij een manoeuvre.
Verkeersovertreding 3e graad (zware)
Kern: rechtstreeks gevaar voor de veiligheid.
Mogelijke gevolgen
hogere geldboete; rijverbod is mogelijk;
recidive weegt zwaar door.
Voorbeeldendoor rood rijden / rijden door rood licht;
rijden op de vluchtstrook;
gsm gebruiken tijdens het rijden;
vereiste verlichting niet gebruiken.
Verkeersovertreding 4de graad (zwaarste)
Kern: ernstig en direct gevaar voor personen.
Mogelijke gevolgen
hoogste boetes; rijverbod ligt voor de hand;
bijkomende maatregelen kunnen volgen (bvb. examens/opleiding).
Voorbeeldenspoorwegovergang negeren wanneer een sein actief is;
U-bocht maken of achteruitrijden op de snelweg;
parkeren op een spoorwegovergang;
bewust zeer gevaarlijk rijgedrag.
Wat verandert er concreet?
Zwaardere strafdruk bij 3e en vooral 4de graad; parketten dagvaarden sneller in risicovolle dossiers.
Samenloop (snelheid, alcohol/drugs, gevaarlijk rijgedrag) verhoogt de kans op dagvaarding.
Beginnende bestuurders en professioneel vervoer (bv. vrachtwagens) worden doorgaans strenger beoordeeld.
Recidive kan leiden tot zwaardere sancties.